Anale fissuur: vormen van pijnstilling en behandelmethoden
Pijn bij een anale fissuur kan het dagelijks leven ineens klein maken. De toiletgang wordt iets om tegenop te zien, waarna de klachten vaak nog uren kunnen nabranden. Dan is het logisch dat de aandacht meteen naar snelle pijnstilling gaat.
Toch is pijn bij een fissuur zelden alleen “pijn”. Spierspanning, angst voor de volgende toiletgang en een neiging tot harder persen of juist ophouden houden elkaar in stand. Wie klachten wil dempen én herstel wil ondersteunen, heeft meestal een aanpak nodig die meerdere kanten raakt.
Pijnverlichting rondom de toiletgang
De pijn bij een anale fissuur zit meestal rond de ontlasting. Een vaste, rustige toiletroutine helpt: neem de tijd, pers niet en stel de toiletgang niet onnodig uit, omdat ophouden de ontlasting harder maakt.
Pijnstilling kan ondersteunend zijn. Paracetamol volgens de bijsluiter kan zo nodig vooraf worden genomen (volwassenen maximaal 4.000 mg per 24 uur). Een NSAID zoals ibuprofen kan soms helpen, maar is niet geschikt bij onder andere maagklachten, nierziekte, gebruik van bloedverdunners of zwangerschap; stem dit in die situaties af met de huisarts.
Na de ontlasting geeft warmte vaak de snelste verlichting (lauw-warm zitbad of warme douchestraal). Reinig voorzichtig: liever zacht deppen en geen geparfumeerde doekjes of agressieve zeep. Bij geïrriteerde huid kan een dun laagje zinkzalf bescherming geven tegen vocht en wrijving, maar dit behandelt de fissuur zelf niet.
Voor herstel is zachte, regelmatige ontlasting essentieel. Zorg voor voldoende drinken, bouw vezels geleidelijk op en houd regelmaat aan; een ontspannen houding (knieën iets hoger) kan persen verminderen. Bij aanhoudende verstopping of uitstel door pijn/angst is overleg met de huisarts over een mild laxerend middel passend.
Welke lokalen middelen werken pijnstillend?
Lokale middelen worden grofweg om twee redenen ingezet. Soms is het doel korte verdoving rond de stoelgang. In andere gevallen draait het om ontspanning van de interne kringspier, zodat de doorbloeding verbetert en genezing beter kan doorzetten. Bij die tweede groep maakt regelmaat meestal meer verschil dan “af en toe smeren”.
Waar een middel terechtkomt, bepaalt veel. De pijn en spierspanning zitten vaak net binnen de anale opening. Daarom wordt bij ontspannende zalven en crèmes meestal gericht gesmeerd aan de binnenrand, voorzichtig en zonder diep naar binnen te duwen.
Lidocaïne
Lidocaïne kan snel en tijdelijk kortdurende verlichting geven. Het wordt meestal gebruikt rondom het toiletmoment, bijvoorbeeld vlak ervoor of erna, om de piek te dempen. Langdurig of de hele dag door smeren is vaak minder wenselijk, omdat een doof gevoel kan verhullen dat er toch geperst wordt of dat de ontlasting te hard blijft.
Diltiazem zalf
Diltiazemcrème wordt gebruikt om de interne sluitspier te helpen ontspannen. In de praktijk gaat het om een kleine hoeveelheid die voorzichtig aan de binnenrand wordt aangebracht; dit vaak 2 keer per dag in een vast ritme. Het effect wordt meestal pas na meerdere weken consequent gebruik beoordeeld.
Diltiazem kan lokale irritatie geven, zoals een branderig gevoel of eczeemachtige klachten. Als dat aanhoudt, is het meestal beter om niet door te blijven smeren zonder overleg met de huisarts.
Isosorbidedinitraat (ISDN) of Rectogesic
Een van de behandelingsopties bij een anale fissuur is het gebruik van isosorbidedinitraat‑crème (ISDN of Rectogesic). Ook hierbij wordt doorgaans een kleine hoeveelheid aan de binnenrand aangebracht en is consequent gebruik volgens voorschrift belangrijk. De zalf werkt door de interne kringspier te ontspannen en de doorbloeding rond het scheurtje te verbeteren, waardoor het wondje beter kan genezen. De crème wordt lokaal aangebracht, meestal om de 3 uur gedurende meerdere weken, en kan de natuurlijke genezing ondersteunen, vooral bij chronische fissuren die niet spontaan verbeteren.
Bij ISDN komen hoofdpijn en soms duizeligheid relatief vaak voor, vooral in de startfase. Bij heftige klachten, neiging tot flauwvallen of aanhoudende bijwerkingen is het belangrijk met het gebruik te stoppen.
Welke behandelingen bestaan er voor fissura ani?
Als klachten ondanks goede ontlastingsregulatie en consequente zalfbehandeling blijven bestaan, gaat opschalen meestal niet om zwaardere pijnstilling. Het draait dan vaak om een behandeling die de druk van de interne kringspier verlaagt, zodat de fissuur een reële kans krijgt om te genezen.
Botox injectie
Een botox injectie ter behandeling van een anale fissuur is gericht op de tijdelijke ontspanning van de interne kringspier. Het effect is meestal niet op dag één maximaal, maar neemt in de dagen erna toe. Dat tijdelijke karakter is tegelijk het voordeel en nadeel. Het is minder definitief, maar het werkt ook weer uit en klachten kunnen terugkomen, zeker als de fissuur al langer bestaat of als de ontlasting opnieuw verhardt.
Na een botox behandeling kan napijn rond de prikplek voorkomen. Ook wordt doorgaans besproken dat windjes tijdelijk lastiger op te houden kunnen zijn. Bij persisterende of verontrustende klachten na de ingreep is terugkoppeling naar de behandelaar passend.
Laterale interne sfincterotomie (LIS)
Een laterale interne sfincterotomie verlaagt de druk in de interne kringspier structureler. Dit wordt vooral besproken bij hardnekkige, chronische fissuren waarbij eerdere stappen onvoldoende effect geven.
Tegelijk vraagt een sfincterotomie om een zorgvuldige afweging, omdat er een risico bestaat op veranderingen in continentie, van tijdelijk tot soms blijvend. Daarom wordt vaak extra terughoudend gekeken bij al bestaande continentieproblemen, bij een verhoogd risico op sluitspierzwakte of wanneer er twijfel is aan de diagnose.
Fissurectomie
Bij een duidelijke chronische component of storend littekenweefsel kan fissurectomie, of een beperkte lokale ingreep, worden overwogen. Het doel is een gunstiger genezingsbed te creëren. Herstel en uitkomst verschillen per persoon en hangen ook hierbij samen met ontspanning van de kringspier en het zacht houden van de ontlasting.
Bij aanhoudende of terugkerende klachten is het vervolgens belangrijk om niet te blijven uitstellen, maar het traject goed te laten beoordelen.
Medische beoordeling en vervolg
Als de klachten na een paar weken niet duidelijk afnemen, als het kloofje terugkomt of als er twijfel is of het wel om een fissuur gaat, is beoordeling door de huisarts verstandig. Bij koorts, pus, toenemende zwelling of fors bloedverlies: neem direct contact op met de huisarts of huisartsenpost.
Bij ons in het Chirurgisch Expertise Centrum bekijken we in een planbaar traject eerst of het inderdaad om een fissuur gaat en of de basis (zachte ontlasting en lokale behandeling) goed wordt toegepast. Geneest de fissuur ondanks deze aanpak niet of komt deze steeds terug, dan kan uw huisarts u naar ons verwijzen voor een innovatieve, doelgerichte behandeling van de fissuur: meestal een korte ingreep, waarna u uw dagelijkse activiteiten snel weer kunt hervatten.
Met een verwijzing van uw huisarts kunt u snel terecht. Vraag hier meer informatie aan over onze behandeling